Hieronder een overzicht van de meest gebruikte onderzoeken.

Darmscreening

Dit onderzoek is op basis van feces. In dit onderzoek wordt de hoeveelheid goede en slechte bacteriën bepaald. Daarbij wordt naar de vertering van het voedsel gekeken. Gaat het allemaal goed met de opname en verwerking van eiwitten, vetten en koolhydraten? Ook de pH (zuurgraad) van de ontlasting zegt iets over het functioneren van onze darmen. Tenslotte wordt de aanwezigheid van gisten en schimmels bepaald. Bij een verhoogde aanwezigheid van gisten en schimmels (die ontstekingen veroorzaken) heeft de lever een te grote taak om afvalstoffen weg te werken. Er kunnen klachten ontstaan die zich uiten in hoofdpijn, (extreme) vermoeidheid of algehele malaise.

Uitbreiding:
Indien nodig kan de darmscreening uitgebreid worden met o.a. pancreas-elastase, Helicobacter Pylori, parasitologie en histamine.

ImuPro

Wanneer u lijdt aan een chronische klacht die maar niet verdwijnt, kan de oorzaak wel eens een IgG-voedingsallergie (type III) zijn. Dit wordt in de volksmond voedselovergevoeligheid of voedselintolerantie genoemd. Typerend voor zo’n overgevoeligheid is dat de symptomen vaak pas een paar uur of zelfs dagen na het innemen van een ”trigger food” optreden. Dit maakt ze heel moeilijk te identificeren.

Met het ImuPro voedselintolerantie onderzoek kunt u ontdekken of er sprake is van een vertraagde voedselallergie. Het laboratorium kan dit onderzoek uitvoeren op basis van een buisje bloed. Bij twijfel wordt er eerst een voorscreening gedaan. In de meeste gevallen wordt gebruik gemaakt van de Screen+ (44 IgG bepalingen) of de Basic (90 IgG bepalingen). Indien nodig kan het onderzoek uitgebreid worden naar 270 bepalingen.

Cortisol-DHEA

Bij dit onderzoek worden de hormonen cortisol en DHEA gemeten in speeksel. Beide hormonen worden door de bijnierschors geproduceerd. Cortisol heeft uitgebreide effecten op verschillende organen in het lichaam: het werkt ontstekingsremmend, het houdt de bloedglucosespiegel, de bloeddruk en de spierkracht op peil en helpt de zout- en vochtbalans in evenwicht te houden. Wanneer het lichaam onderhevig is aan stress, is de cortisolproductie verhoogd en DHEA verlaagd, omdat gedeeltelijk dezelfde basisbestanddelen worden gebruikt. Het hormoon DHEA heeft invloed op de gemoedstoestand, het immuunsysteem, de bloedsomloop, de bloedsuikerspiegel, het botmetabolisme, het seksuele functioneren en de fysieke kracht. Veranderingen in de gangbare cortisolspiegels geven de reactie op stress aan. Veranderingen in de DHEA-spiegels geven de mate van adaptatie aan stress aan.